© stamboomschema laurentii.be – Foto © Marjolijn Van
Damme, 2001, Inventaris Onroerend Erfgoed. |
|
Verhalen
– 1583 - Jan Lauwers, pachter van het Hof van Lint in Grimbergen
Jan Lauwers Een ander spoor vonden we in een inventaris opgemaakt voor de
drossaard van de heren van Grimbergen. Op 15 november 1593 werd een inventaris opgemaakt voor de drossaard
van de meubelen en het huisgerief behorend aan Jan (“ten verzoeke van de drossaerd
van beide Heren van Grimbergen van de meuble ende haeffelycke goeden toebehorende Janne Lauers, pachter van
Heer Jan van Winghe op het Hoff te Linth”). 1583 was ook het jaar dat het naburige dorp Humbeek grotendeels werd
verwoest tijdens de godsdiensttroebelen. Tot 1606 waren van Boechout de
heren van Humbeek. Van 1644 tot 1763 hield het Normandische geslacht Lecocq
er de macht. In deze periode werd Humbeek tot graafschap verheven.
Het “Hof van Lint”, ook
“Lintkasteel” Het
Lintkasteel was in het noorden begrensd door de Gillebeek, in het oosten door
de Humbeeksesteenweg, in het zuiden door de Lintkasteelstraat en in het
westen door een landwegje. Het
heerlijk huis van Lint was in oorsprong een castrale motte uit de
vroege middeleeuwen. Daarvan getuigden de ligging in de Gillebeekvallei en de
nog gaaf bewaarde structuur van een opper- en neerhof omgeven door een ringgracht.
In de 15de-16de eeuw werd een complex waterkasteel opgetrokken ter vervanging
van een oudere bebouwing waarvan enkel een romaanse kelder overbleef.
De
vroegste vermelding van de heren van Lint ging terug tot 1181. Zij waren
ridders en leenmannen van de heren van Grimbergen en bleven leenroerig tot
aan de Franse Revolutie. In 1396 was er voor het eerst sprake van het "Hof
ter Lint" en in 1450 werd er voor het eerst gewag gemaakt van een
kapel toegewijd aan de Heilige Drievuldigheid waarbij het patronaat en het aanstellingsrecht
van een kapelaan werden toegekend. Vanaf
eind 15de tot eind 18de eeuw werd het Lintkasteel bewoond door legisten en
belangrijke administratoren van de staat die het domein voornamelijk als
"Hof van Plaissantie" gebruikten. Het
grootste deel van de 19e eeuw was het hof van Lint in het bezit van de graven
van Liedekerke. |
|
Verhalen
– 1617 - Joos Verbeke en Amand
Lauwens verkopen een gemet op de Merhertbeke (Londerzeel) Op 10 oktober 1617 verkochten Joos
Verbeke, zijn echtgenote Anna Smits en Amand Lauwers De maat was gelijk aan de oppervlakte van het
zaailand dat een koppel paarden kon omploegen tussen zonsopgang en
zonsondergang. Dit was een gemiddelde, omdat het land dat bewerkt moest
worden ook zwaarder of lichter kon zijn voor een paard. Met deze
oorspronkelijke groottebepaling was een gemet vergelijkbaar met de in
Angelsaksische landen veelgebruikte acre,
zij het dat daar het werk van een os per dag als grondslag aan de maat lag. Vermoedelijk
ging het om Amand Lauwers Kaart:
situering van Londerzeel [Bewerking
kaart © Google maps, 2012 onder gebruikslicentie]. Liezele lag in het noorden.
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
|
[3] Deze vloeide in de Kleine
Molenbeek, net zoals de Meuzegemsebeek, de Brasbeek, de Slotengracht, de
Moorhoekbeek, de Loop, de Lombeek, de Vierbundersloop en de Dorpsloop. Op de
Kleine Molenbeek bevond zich de Koevoetmolen van Londerzeel-Sint-Jozef alsook
de Schemelbertmolen van Liezele bij Puurs.