Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·         Genealogie

·         Indices (zoekfunctie)

·         Thematisch

·         Verhalen (Lauwens en Van Praet)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

 

 Lauwens/ Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens/ Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464 Lauwereyns van Terdeghem

^

865-1247Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

Bewerking historische prenten uit private collectie onder Public Domain: prent "Plundering Antwerpen door Spaanse muiters" van Frans Hogenberg, 1576 - prent "Verwoesting van Antwerpen" van Hans Collart, 1577 (zie ook Wikimedia) - prent George Gascoigne, 1571 - houtsnede Antwerpen 1515 (facsimile edition 1925). - ets “Plundering van Antwerpen” uit 1596 van Michaël Aitzinger en Frans Hogenbergh onder Public Domain. © Bewerking kaart Francesco Valgio, 1596 onder Public Domain.

 

 

 

 

Verhalen - 1576 - Joos Lauwers getuigde over de Spaanse Furie in Antwerpen

 

 

Op 31 december 1576 legden enkele Antwerpenaren een verklaring af over de diefstal van goederen tijdens de Spaanse Furie bij een weduwe. De getuigen waren Joos Lauwers , een 38-jarige koopman[1], François Moens, een 34-jarige lijnwadenier[2] of linnenverkoper, Roeland Tancre, een 45-jarige lakenbereider, Jacques Denys (De Nijs), een 32-jarige makelaar, en Willem Henricxssen (Hendrickx), een grofsmid. Zij beantwoordden de oproep van Boudewijne Buens, de weduwe van Jacques De Vick (de Vicq), en bevestigden dat de goederen van Boudewijne waren geroofd tijdens de Furie. Met de Spaanse furie, werd de plundering en brandstichting van de stad Antwerpen bedoeld die plaatsvond vanaf 4 november 1576, tijdens de Tachtigjarige oorlog, door een 5000 militairen in dienst van de Spaanse koning Filips. “Furie” moesten we beschouwen als de uitzinnige woede en gruwel die gepaard gingen met de plunderingen door de Spaanse soldaten.

 

Diezelfde dag waren er wel meer geschriften over de gevolgen van de Spaanse Furie in Antwerpen.

 

Arnoult De Bont solliciteerde naar de vrijgekomen job van stadspeelman omdat tijdens de inname van de stad door de Spanjaarden één van de vijf stadspeellieden, Jennyn Verhoeven, was vermoord. Zijn weduwe had het kostbare zilverwaren van de speelman weten te verbergen (“de kostelijke "silvere bruecke die de speeluyden op henne eerlucke dagen gewoon zyn te draghen"). Zij had daarbij hulp gekregen van Adriaen Bammelroye, de twintigjarige leerjongen van haar man. Als beloning voor die hulp diende zij een verzoek in om hem het poorterschap van de stad te geven.

 

Joos Lauwers  was eerder op 14 april 1570 vermeld in een geschil met de Schout van Antwerpen. Hij werd er vermeld als 'herdoper' en het geschil ging erom dat hij zijn kind ongedoopt had gelaten. Joos Lauwers stamde uit een koopmansgeslacht. Er waren eerdere meldingen van Lauwers als koopman in Antwerpen. Zo werd ook Pauwel Lauwers  vermeld op 27 mei 1567 als koopman in wol toen hij borg stond voor een kousenmaker.

 

Dezelfde dag was er een rechtszaak tegen Herman Janssens, een boekdrukker die verboden boeken in zijn bezit had.

 

Door geldgebrek van de Spaanse koning waren de troepen aan het muiten geslagen en trokken ze uit de noordelijke Nederlanden naar het rijkere zuiden, en vooral Antwerpen. Volgens getuigenissen ging het er wreed aan toe begin november 1576: vrouwen werden verkracht, mannen werd het hoofd ingeslagen, en honden deden zich tegoed aan het bloed van de doden in de straten. Het Antwerpse stadhuis werd met andere gebouwen in brand gestoken [zie prent hierna: brandstichting in het Antwerpse stadhuis op 4 november 1576]. Het aantal slachtoffers was niet exact bekend, maar men sprak van duizenden doden.

 

 

image004.gifDe ooggetuigenis van George Gascoigne[3], een minder bekende Engelse dichter die in opdracht van een Engelse edelman de verwoestingen beschreef, sprak boekdelen. George Gascoigne was in 1571 in dienst gegaan van het Hollandse leger om een gevangenisstraf te ontlopen. Hij was ooggetuige van wat hij beschreef als “barbaarse wreedheden”. Hij keerde hetzelfde jaar terug naar Engeland, en stierf er twee jaar later. Hij meldde dat er 600 Spanjaarden stierven en 17000 mannen, vrouwen kinderen werden gedood – een cijfer dat volgens andere bronnen eerder 7000 zou zijn.

 

George Gascoigne zag dat de Spaanse soldaten in het geheel niet letten op leeftijd of geslacht, tijd of plaats, persoon of afkomst, ambacht of religie, sterk of zwak. Zij “triomfeerden genadeloos en bloeddorstig, en niets of niemand kon hen weerstaan”. Kleine kinderen en nog meer vrouwen van boven de tachtig moesten het ontgelden. De razernij duurde tot tien dagen na de inval.

 

Hij vergeleek hun respect voor de kerk als “zo groot als dat van een slachter voor zijn slachthuis”, alle huichelachtige praat over het katholieke geloof ten spijt. Vriend noch vijand werd gespaard. Onder de slachtoffers waren ook Portugezen en Turken en religieuze groeperingen zoals Jezuïeten. Alles moest worden ingeleverd wat in klinkende munt kon worden omgezet. De rijke werd geplunderd omdat hij iets bezat, de arme werd opgehangen omdat hij niets bezat. De gruwelen gingen verder lang nadat alle weerstand was gebroken.

 

Gascoigne sprak van stapels lijken in de loopgraven die vaak hoger waren dan manslengte, heel wat mensen die verdronken waren in het nieuwe stadsdeel waar men “de menselijke doodstrijd in net zoveel vormen kon aanschouwen als Michelangelo er heeft geschilderd in Het Laatste Oordeel” [zie ets hieronder “Plundering van Antwerpen” uit 1596 van Michaël Aitzinger en Frans Hogenbergh die de gebeurtenissen op 4 november 1576 uitbeeldde].

 

Afbeelding met tekst, stof

Automatisch gegenereerde beschrijving

 

Talloze Alemanen (Duitsers) werden verbrand in hun harnas. Van sommigen waren de ingewanden verkoold, maar de rest van het lichaam was nog gaaf. “Soms waren hoofd en schouders weggebrand en kon men in het lichaam kijken om de geheime anatomie van de natuur te bestuderen. Bij andere was het onderlichaam weggebrand, zodat zij vanaf hun middel rechtstonden. Bij anderen was alleen het bovenste deel van de kruin verteerd, terwijl de rest van het lichaam kronkelde in onmenselijke pijnen.”

 

Hij zag een weerzinwekkende vervuiling - doordat de ingewanden van paardenkadavers her en der op straat lagen en omdat de lijken niet begraven werden - “die over de stad hangt en al wat nog leeft aantast”. De opzettelijke verbranding en verwoesting van het stadhuis en alle papieren en archieven van de stad, en hoe meerdere vrouwen van aanzien en maagden werden verkracht, vond hij te veel om in woorden te vatten.

 

De herinnering van een arme Engelse koopman die het eigendom van zijn heer had gekocht voor 88 gulden liet hem niet los. De man werd opgehangen tot hij halfdood was omdat hij niet nog eens 55 gulden kon opbrengen. Toen de man werd neergehaald, smeekte hij zijn belagers op zijn knieën en bitter wenend of hij zijn vrienden in de stad mocht opzoeken om de rest van het geld voor de schaamteloze eis in te zamelen. En bij zijn terugkeer – en hij maakte geen haast omdat hij er niet in geslaagd was voldoende geld te vergaren – hingen zij hem opnieuw op. In een plotselinge vlaag van “vriendelijkheid” vorderden ze een monnik op om hem te begraven. Volgens Gascoigne waren 5 op de 17 slachtoffers vermoord omdat zij niet genoeg geld hadden om hun eigendommen vrij te kopen.

 

Men kon beter ook geen Waal geweest zijn, want tien dagen na de inval werden alle vermeende Walen onmiddellijk en zonder proces gedood. Gascoigne ontsnapte zelf ternauwernood aan de dood toen men hem op zondag de 11e voor een Waal aanzag. Drie mensen die als Waal werden aangewezen, werden vermoord in zijn bijzijn en één van hen bleek een arme ambachtsman te zijn die al acht jaar in de stad woonde, nooit had gevochten, en er slechts zijn ambacht had uitgevoerd.

 

image016.jpgDe Spaanse Furie leidde er toe dat Antwerpen, dat voorheen één van de welvarendste steden van Europa was, nauwelijks drie dagen na de inval geld noch rijkdom bezat. “Want elke Don Diego paradeerde nu, behangen met gouden kettingen en armbanden met zijn lichtekooien door de stad”. Uit angst om koopwaar te verliezen, staakte Engeland de handel met Antwerpen en de stad zou deze zware klap niet helemaal te boven komen. Antwerpen, ooit een rijke stad vol weelde, lieflijk en plezant, mooi opgebouwd, was nu desolaat, jammerlijk en gekweld door toedoen van het Spaanse kwaad ("Antwerpen ... Noyt rijcker Stadt En was ter weerelt vonden, Vol weelden abondant, Lieflijck en playsant Schoone van timmerage; Maer duer de Spaengiers quat Leeft ghy nu desolaet, Jammerlijck, vol quellage.”[4]) [zie Prenten: Antwerpen in betere tijden op een houtsnede van 1515 – hieronder De Spaanse Furie in Antwerpen volgens Hans Collaert, 1577].

 

image015.jpg

 

De gebeurtenissen gaven aanleiding tot de pacificatie van Gent op 8 november 1576.

 

Verhalen - 1577 - Willem Lauwens vervoerde goederen naar het huis "De Drie Kroonkens" (Antwerpen)

 

 

Op 25 mei 1577 verklaarden Willem Lauwens , 43 jaar oud, en Cornelis Huygen, 70 jaar, volgens het certificatieboek van 1577-1578 op verzoek van koopman François Spierinck en op bevel van Petro Yanes, pakken geladen te hebben op rolwagens en deze naar het huis de Drye Croonckens te hebben gevoerd en ontladen. Zij werden voor hun inspanning betaald ("van heure moeyte ende aerbeyt gecontenteerd ende te vreden gestelt.")

 

De hopman Menninck werd in deze periode vermeld als eigenaar van het huis de “Dry Croonckens”. Hopman Menninck was hoofd van een vendel of een ‘compagnie’ van de Antwerpse stadswacht[5]. 

 

 

Kaart: impressie van de stad Antwerpen van Francesco Valgio, Venetië, in 1596

 

image006.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] Meer over Joos Lauwers, de eigenaar van het "Huis van Almarous" in de Eerste Wijk die onder de bescherming viel van het vendel (gewapende mannen of "gens d'armes") van kapitein Isaac Gherst, in het verhaal over de volkstelling van Antwerpen in 1584.

[2] Lijwatier, lijnwadenier = handelaar in /verkoper van lijnwaad, linnen of linnengoed.

[3] Zie ook de bewerking in het tijdschrift “Historia” nr.2 van februari 2010 en “Eyewitness to History”, Avon Books, 1997.

[4] Geciteerd in P. Génard, “La furie Espagnole. Documents pour servir à l'histoire du sac d'Anvers en 1576”, Antwerpen, 1876.

[5] De naam zou afgeleid zijn het Duitse woord Hauptmann voor kapitein.