Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·         Genealogie

·         Indices (zoekfunctie)

·         Thematisch

·         Verhalen (Lauwens en Van Praet)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

 

 Lauwens/ Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens/ Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464 Lauwereyns van Terdeghem

^

865-1247Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

Verhalen - 1561 – Lauwers/Lauwerey(n)s en de inquisitie in Vlaanderen

 

 

Doopsgezinde Nicolaas Lauwers eindigde op de brandstapel

 

In april 1561 waren op de heerlijkheid van Sint-Donaat in Hondschoote[1] Nicolaas “Colaert” Lauwers Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving en zijn echtgenote Josine “Naenken” Smagghe gearresteerd. De eerste werd omstreeks 11 november 1561 als obstinaat doopsgezinde in Sint-Winnoksbergen verbrand, de vrouw kwam mits afzwering terug vrij [ARA, AL, 461, rekening Titelmans, 1561; VAN BRAGHT, II, p. 283]. Hij was niet de eerste. Hondschotenaar Joris Duite was er al in 1546 berecht.

 

Prent: Hondschote in 1641 in Flandria Illustrata [afbeelding onder publiek domein].

 

 

Portret van een beruchte beul

 

Pieter Titelmans (1501-1572) was een berucht inquisiteur en hij was weinig geliefd bij de burgerlijke overheden. Hij was geboren in Hasselt als zoon van brouwer Aert Titelman en Heylken van Musel, en had zijn vader in 1505 en zijn moeder in 1515 verloren. Hij werd grootgebracht bij zijn nonkel Peter van Musel en studeerde in 131 in Leuven af als meester in de kunsten, en in 1536 als licentiaat in theologie of ‘godgeleerdheid’. In 1539 was hij deken geworden van het Sint-Hermeskapittel in Ronse. Onder meer door de publicatie van boeken van zijn broer Frans Titelmans manifesteerde hij zich als een trouw aanhanger van de officiële gezaghebbers en dat legde hem geen windeieren voor zijn persoonlijke carrière. Hij had het toen vooral begrepen op het morele wangedrag van lagere geestelijken en had de naam onverbiddelijk en compromisloos te zijn.

 

Op 2 juni 1545 werd hij provinciaal inquisiteur in Vlaanderen onder keizer Karel V. Als inquisiteur had hij het vooral begrepen op invloedrijke leken: rederijkers, anabaptisten, boekhandelaars, liedjeszangers en predikanten. Hij was, met een netwerk van spionnen en beambten, zowel politieagent als rechter. Hij hield zich bezig met inlichtingen verzamelen, actief ketters opsporen en arresteren, processen voeren, recht spreken, overleggen met pastoors en lokale magistraten, getuigen horen, gevangenen van de overheid ondervragen, Hij was verantwoordelijk voor de vervolging van 1600 mensen en de executie van minstens 127 mensen[2]. Hij tekende voor een flink aandeel van de executies in Vlaanderen in deze periode (…). Hij zou alsnog in ongenade vallen na een conflict met het Antwerps stadsbestuur in 1562[3] en na het vertrek van Granvelle in 1564. “De klacht van inquisiteur meester Pieter Titelman” werd een spotlied van de geuzen nadat hij zich terugtrok in juli 1566[4], een sporadische terugkeer, als ‘specialist’ in ondervragingstechnieken onder de hertog van Alva tussen 1568[5]-1571 niet te na gesproken. Hij overleed op 5 september 1572 in Kortrijk als een welstellend man. Een herinneringsplaat in de muur van de Sint-Anna kapel van de Sint-Hermeskerk herinnerde hem.

 

Prent: spotprent van zijn tijdgenoot Pieter Breughel de Oude (1525-1569) in “De Keisnede[6] of de deken van Ronse” [afbeelding onder publiek domein, bewaard in Brussel]. Pieter Breughel was afkomstig uit Grote Brogel bij Peer, waar hij was geboren op de pachthoeve ‘Het Ooievaarsnest’.

 

 

De vervolging van de doopsgezinden

 

Andere beschuldigden waren erin gelukt te vluchten, zoals Pieter de Bontwerckere die uitweek naar Londen, maar die er alsnog om zijn geloof zou worden verbrand.

 

Colaert Lauwers moet een afstammeling zijn geweest van Colaert Lauwereyns Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving die werd vermeld in 1477[7]. In 1538 werd in de omgeving een Lauwereyns vermeld, die afkomstig was van Zeeland, die had deelgenomen aan wat men als “ketterse” discussies beschreef in de huizen van Mahieu en Jacob de Cellier in Gent.

 

http://www.statenbijbelmuseum.nl/site/media/DSC01301.JPGAfbeelding: een Nederlandstalige bijbel van Nicolas Biestkens uit 1560. Deze bijbels waren zeer gegeerd bij de doopsgezinden, en tijdens de inquisitie verboden [afbeelding onder publiek domein, uit private collectie].

 

 

Het ging om een kleine Gentse gemeenschap die relaties onderhield met gelijkgezinden in Brugge, Kortrijk, Poperinge, Hondschote, in Zeeland, en in Aalst[8]. De genoemde Lauwereyns Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving zou onderweg uit Zeeland naar Gent niet nagelaten hebben “broeders” te bezoeken in Axel, Zuiddorpe en Sint-Kruis-Winkel. In een periode dat de kerkelijke inquisitie poogde voet aan grond te krijgen in Vlaanderen, waren mensen die de katholieke leer in vraag stelden allerminst geliefd. Lauwereyns werd als “anabaptist” bestempeld, of “doopsgezind”. Althans, dat bleek uit het verraad van een lid van de Gentse anabaptistenkring in 1538[9].

 

Aan de oorsprong van het gerechtelijk optreden tegen de dopers in Vlaanderen lag vermoedelijk de arrestatie en de terechtstelling van Jacob du Cellier in Gent begin 1538. Deze moet tijdens zijn gevangenschap, waarschijnlijk onder foltering, gegevens hebben losgelaten over geloofsgenoten en over de auteurs van omstreden nota’s die bij hem in een boek werden gevonden. Eén van de beschuldigden was Maarten Valcke die dan, na zijn arrestatie, uit angst was gaan praten.

Zijn inlichtingen en die van Du Cellier brachten op verscheidene plaatsen het gerechtelijk apparaat in beweging, wat voor de doopsgezinde broederschap noodlottig zou worden. In de rekening over zijn activiteiten in 1538 vermeldde de pro­cureur-generaal van Vlaanderen: „Item voor dat hy verleit heeft voor de mont­costen van eenen ghenaemt Martin Valcke, denunchiateur van diverssche her­doopte, die metten zelven procureur reysde vander stede van Ghendt naer Wincle Zudorp; Axele ende daerontrent hy nachte hem tooghende de huusen waer zekere herdoopte woonden".

Samen met de verklikker en een uitgebreide politiemacht had de procureur zich zo snel mogelijk ter plaatse begeven om er een grootscheepse razzia te houden.

Er was nochtans tijdig alarm geslagen. De doopsgezinden hadden een waarschuwingssysteem dat al vroeger zijn goede diensten had bewezen. Enkel drie vrouwen konden gepakt worden: de echtgenotes van Lieven van Haverbeke in Sint-Kruis-Winkel, van Jacob Loys in Zuiddorpe en van Jacob Dauwere in Axel, die allen herdoopt waren. De mannen hadden met Adriaan Brael uit Sint-Kruis-Winkel met de boot van schipper Jacob Loys tijdig de vlucht genomen naar Zeeland.

Bestand:Dirck van Delen - Beeldenstorm in een kerk.jpgAfbeelding: Beeldenstorm in een kerk, schilderij van Dirk Van Delen uit 1630.

 

Tijdens een nieuwe razzia die enkele dagen later werd geleid door deurwaarder Ydrop Oste in overleg met de plaatselijke koster Joris Godschalk, bleken ook Copkin Everwijn en Martine de Meyer hun heil te hebben gezocht in Zeeland.

Navraag bij hun verwanten in Assenede, in Zelzate en in Ertvelde kon de vlucht van de jeugdige verdachten enkel bevestigen.

Voor Martin Valcke was er nu geen weg terug geweest. Hij moest de procureur-generaal vergezellen naar Brugge en hij moest daar de huizen van herdoopten aanwijzen. Zeven doopsgezinden werden er gearresteerd. Allen werden ze, na een proces voor de stedelijke overheid, tussen 17 en 28 augustus 1538 in Brugge terecht­gesteld. Valcke verklikte ook de doopsgezinden van Oostburg en Breskens, maar het bevel van de overheid van het Brugse Vrije tot inhechtenisneming van de verdachten kwam hier veel te laat, en daar was ongetwijfeld rekening mee gehouden.

Er werden drie rekeningen bewaard over de razzia's [ARA, AL, 452], o.m. van deurwaarder Ydrop Oste en één van de procureur-generaal. Die rekeningen als andere documenten uit de Raad van Vlaanderen, zegden niets over een mogelijke bestraffing van de gearresteerde vrouwen [Zie ook Verheyden, “Het Brugsche Martyrologium”, p. 31-33]. Uit de rekeningen bleek toch dat alle terechtgestelden vrouwen waren. Twee onder hen, de echtgenote van Jan Inghels en Magdalena de Vos, zwoeren hun overtuiging af en werden daarom niet verbrand maar levend begraven (…).

De mannen hadden tijdig de wijk genomen, zoals Pieter de Bontwerckere die uitweek naar Londen, maar die werd er alsnog om zijn geloof verbrand.

 

Afbeeldingsresultaat voor doopsgezinden

Prent: de bestraffing van doopsgezinden in Nederland. Verbranding was een gruwelijke bestraffing voor de ‘afvalligen’ van het katholieke geloof.

 

 

 

 

 

 



[1] in het Nederlands gespeld als Hondschote, gelegen in Frans-Vlaanderen in de “Franse Westhoek”.

[2] Uit bronnenonderzoek bleek dat hij zelf geen doodvonnis uitsprak, eerder een veroordeelde ‘overdroeg’ aan de burgerlijke machten, met het gekende gevolg. Dat veroordelingen tot de doodstraf leidden, was de inquisiteur dus bekend. Tegelijk kon hij mensen die hun doopsgezindheid afzwoeren begenadigen en werd meermaals opgetekend dat hij zich ‘smeet’ in debatten om daarbij te helpen (…). 88,7% niet-veroordeelden van de gedocumenteerde 1120 gevallen, wisten aan zijn greep te ontsnappen of werden door hem tot andere gedachten gebracht. 

[3] In de procedure tegen de Antwerpse poorters Nicolaas du Vivier en zijn vrouw Antoinette de Béhault, moest hij bakzeil halen. Dit koppel was oorspronkelijk aangeklaagd in Doornik in 1553 maar was verhuisd naar Antwerpen in 1557 waar zij in 1559 waren ingeschreven als poorters. De zaak leverde ook een precedent. Antwerpen werd de jaren nadien een toevluchtsoord voor geloofsvluchtelingen. Alsnog leidde dit niet tot de afschaffing van de inquisitie. Op 24 maart 1562 waren in de preekstoel van de kerk van Hondschote overigens pamfletten gevonden waarin Titelmans met de dood werd bedreigd.

[4] Ook het jaar van de beeldenstormen.

[5] Op 3 april 1568 hadden een twintigtal doopsgezinden ingebroken in de gevangenis van Ronse om geloofsgenoten te bevrijden. Daarbij werd de cipier vermoord.

[6] De ‘kaasschaaf’.

[7] Zie ook verhaal uit 1477 - Colaert Lauwereys in Brugge en zijn opmerkelijk devies.

[8] Arent Latau uit Ronse werd in juli 1556 in Aalst ingerekend met een pakket brieven uit Emden bestemd voor Ronse.

[9] Bronnen: De Poperingenaar Martin Valcke. Zie ook o.m. SAG, BC 1538-1540, f° 3 v°,7 - 7 v°, 9 v°; A. L. E. Verheyden, De doopsgezinden te Gent, p. 102.; Le martyrologe courtraisien, p. 18. In het door Verheyden geciteerde stuk werd verkeerdelijk Nicolas in plaats van Jacob aangegeven als voornaam van du Cellier.