|

© Laurentii.be, 2026
|
Genealogie Laurentii
Numquam
solus incedes
|
|
|
|
|
Inhoud (hoofdmenu)
·
Blog
·
Gezinsreconstructies (per gemeente)
·
Genealogie
·
Indices (zoekfunctie)
·
Thematisch
·
Verhalen (Lauwens en Van
Praet)
·
Verwante families
________________________
Verwante
stamlijnenontstaan
Voornaamste
stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering
|
Lauwens/ Lauwers
Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568
Lauwens/ Lauwers
andere van voorouderlijke lijn1568
|
^
^
|
865-1247Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)
|
________________________
|
|
|
Verhalen - 1395-1441 – Naamgenoten bij de poorters van
Antwerpen
|
Vanaf de
15e eeuw was de familienaam ruim verspreid in de landstreken
Vlaanderen en Brabant, tijdelijk verenigd in het hertogdom Boergondië. Uit
alle uithoeken van het toenmalige hertogdom Brabant migreerden naamgenoten
naar de stad Antwerpen.
Zij
kwamen onder meer uit de omgeving van Turnhout, van Oudenbosch, van Breda,
van Mechelen. Bij sommige naamvarianten, zoals die van een zeldzame Friese
inwijkeling ging het om patroniemen, of verwijzingen naar de voornaam van
de vader, zonder aanwijsbare verwantschap naar de vroege families in het
Graafschap Vlaanderen.
|
In de lijst van
de nieuwe poorters te Antwerpen tussen 1390-1443 vonden we meerdere
vermeldingen van Lauwers. Rombout Lauwers was
metser en werd opgenomen in de lijst op 10 augustus 1425. Zijn afkomst werd
niet vermeld. Jan Lauwers was
afkomstig van Kasterlee en werd opgenomen als nieuwe poorter op 2 januari
1433. Gheert Lauwers was
afkomstig van Beerse bij Turnhout en werd opgenomen in de lijst op 13 januari
1441.
Foto: de Waterpoort van Antwerpen was één van de
voormalige stadspoorten aan de Schelde, gebouwd in 1624 als een
"ereboog" voor koning Filips IV. Oorspronkelijk gebouwd aan de
Vlasmarkt, werd de poort in 1880-1885 en vervolgens in 1933-1936 verplaatst,
wat haar de bijnaam "de wandelende poort" opleverde.
Er waren
eerdere vermeldingen in 1420, van Mathijs Lauwersone op 28 juni 1420,
afkomstig van Oudenbosch in de huidige Nederlandse provincie Noord-Brabant en
Peter Lauwenzone,
een schipper eveneens afkomstig uit Oudenbosch, ingeschreven op 6 september
1420. Jan ‘van Lauwen’ was een bontwerker afkomstig uit Walem bij
Mechelen. Hij werd opgenomen in de lijst op 2 juli 1422. Er werden uiteenlopende
voor de familienamen gebruikt.
Jan ‘van
Louwen’ trad op als borg voor nieuwe poorters, op 25 november 1391.
Wanneer iemand poorter werd in het middeleeuwse Antwerpen, was het mogelijk
dat een andere poorter, die al in Antwerpen woonde, zich voor hem borg
stelde. Andere dan deze Jan, waren er geen sporen van oudere poorters met een
min of meer gelijkaardige naam die als borg optraden voor nieuwelingen.
Andere
inschrijvingen waren Gherijt (Gerrit) ‘Laurens zone’ ingeschreven op
28 november 1421, uit Oudenbosch, Claus ‘Laureyns sone’ ingeschreven
op 28 april 1396, Claus en Jan ‘Laureyssone’ uit Roosendaal,
ingeschreven op 7 maart 1432 en op 19 februari 1440. Andries Laureyns werd
ingeschreven op 3 september 1395 en Gheert Laureyns op
19 mei 1419. Beiden kwamen uit Overhage bij Breda. Goden Laureyns, een
metser, werd ingeschreven op 18 december 1422, en Claus Laureissone
uit Hildernisse werd ingeschreven op 18 juli 1432. Uit Rijkevorsel kwamen de
nieuwe poorters Andries Laureys , ingeschreven op 4 april 1421, en Peter
Laureys , ingeschreven op 3 mei 1415. Jan
Laureyssoen werd er ingeschreven op 17 juni 1440 zonder melding van
afkomst.
In de akten van
de schepenregisters van de stad Antwerpen vonden we tussen 1446 en 1454 meldingen van Jan Lauwers , Claus Lauwers , Rombout Lauwers , van Katelijne Lauwers en van Lysbette (Liesbeth), weduwe
Lauwers. In de 15e eeuw stonden in ieder geval familienaamgenoten
als poorter in Antwerpen ingeschreven.
Antwerpen
behoorde in deze periode tot het hertogdom Boergondië. Vanaf 1384 was dit
onder de heerschappij van Filips de Stoute, die graaf van Vlaanderen was, met
inbegrip van het markizaat van Antwerpen en de stad Mechelen. Na zijn
overlijden op 27 april 1404, leidde zijn echtgenote Margaretha van Male
het hertogdom tot aan haar dood op 21 maart 1405. Hun oudste zoon Jan zonder
Vrees nam toen deze taak over. Hij werd vermoord in 1419.
Filips de Goede
erfde in 1419 Bourgondië, Vlaanderen, Artois, Mechelen en Antwerpen van zijn
vader Jan zonder Vrees. Hij verleende de steden privileges in ruil voor
belastingen en accijnzen en huwde met Margaretha van Male, de enige
dochter en erfgename van Lodewijk II van Male, graaf van Vlaanderen,
en Margaretha van Brabant. Zijn dochter, Margaretha van Bourgondië,
werd uitgehuwelijkt aan Willem VI, graaf van Holland, Zeeland en
Henegouwen.
|
Schilderij rechts: Filips
de Goede, ook genaamd Filips
III van Bourgondië (Dijon, 31 juli 1396 – Brugge, 15 juni 1467), op
een schilderij van Rogier Van der Weyden. Hij was hertog van Bourgondië van
1419 tot aan zijn dood. Als landsheer van Vlaanderen, Brabant, Namen en
Limburg heeft hij een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de
Nederlanden.
Andere genealogische bron als de
inschrijvingsregisters van de Antwerpse Droogscheerders-Leerlingen in de 16e
eeuw vermeldden geen inschrijving van
Lauwens en Lauwers in de daaropvolgende eeuw. Een leerknaap Lauwerijs
Lawerensens uit Massen in Friesland werd er ingeschreven op 14 juni 1555
als leerknaap bij Jan Van Boven (en uitgeschreven op 15 juni 1557),
en Nijs Lawen uit Reet werd er ingeschreven op 10 februari 1555 als
leerknaap bij Willem De Visscher (en uitgeschreven op 6 april 1557).
|

|
Deze
leerknapen met gelijkaardig klinkende namen, stonden evenwel niet
ingeschreven in de poortersboeken.
|
|
|
Zie ook de resultaten van de Volkstelling in Antwerpen 143 jaar
later, in 1584.
|
De uitbreiding van de
stad Antwerpen door de eeuwen heen
De eerder vermelde
Waterpoort uit 1624 was de enige overgebleven stadspoort aan het begin van de
21e eeuw, en dan nog stond ze niet op de plaats van weleer. Ze
dateerde van nà de hieronder geschetste stadsuitbreidingen.
|
10e eeuw
|
Antwerpen ontwikkelde
zich als handelsnederzetting of “vicus” aan de Schelde. Er werd een
burcht gebouwd, omringd door een aarden wal. Sporen daarvan bleven in het
poortgebouw Het Steen en de Burchtgracht.
|
|
13e eeuw
|
Er kwam een nieuwe
stadsomwalling die de Onze-Lieve-Vrouwkerk en het bijhorende stadsdeel
omsloot. Het tracé van de wallen bevatte de Sint-Jansvliet, de
Steenhouwersvest, de Lombardenvest, de Wiegstraat en de Sint-Katelijnevest.
Er werden zes stadspoorten gebouwd, waaronder de Sint-Janspoort. De stad
kreeg de eerste vrijheidsbrieven en werd een ‘oppidum’.
Omstreeks 1250 werd
opnieuw uitgebreid: de Dries ten noorden van de Koepoort werd toegevoegd en
de stadsomwalling werd aangepast.
|
|
14e eeuw
|
Onder hertog Jan II van Brabant werd de Scheldeoever
volledig afgesloten en voorzien van een reeks torens. De nieuwe stadsgrens
omvatte de Sint-Rochusstraat, de Bourlastraat, het Blauwtorenplein, de Oude
Vaartplaats, de Wapper en de Meir. Antwerpen ‘intra muros’ (voor hen die
woonden binnen de stadsomwalling) kreeg een grotere invulling. De in 1313-1314
gebouwde Sint-Jorispoort werd één van de belangrijkste toegangspunten. Ook
de Sint-Jacobskerk viel nadien binnen de muren.
De uitbreiding van de
stadsomwalling volgde het tracé van de Tabaksvest en de Huidevetterstoren,
tot aan de Kipdorppoort.
|
|
15e eeuw
|
Een nieuwe lijn van
verdedigingswerken kreeg vorm. Het tracé van de uitbreiding volgde de
Ankerrui, de Oude Leeuwenrui, en het Brouwersvliet.
|
|
16e eeuw
|
De Spaanse omwalling
vergrootte het stadsgebied ‘binnen de wallen’ na de inval van Maarten van
Rossum in 1542. De uitbreiding kwam er tussen de Rode Poort, de stadsgracht
en de Kattendijk. Acht fronten en zeven bastions werden aangelegd,
inclusief vijf nieuwe stadspoorten: de Slijkpoort, de Rode Poort, de
Kipdorppoort, de Sint-Jorispoort en de Kronenburgpoort.
In 1567 liet de
hertog van Alva naast de stad een vijfhoekige citadel bouwen, ook gekend
als het Zuidkasteel, aan wat later de Leopold De Waelplaats werd genoemd.
Van daaruit konden de Spaanse troepen de stad controleren.
|
|